Engel van de Favela

Geschreven door Wim Beunderman, geplaatst op dinsdag 23 januari 2018


Botanic Garden And Corcovado by Ju Araujo


Verhaal nr. 1 in de Valentijnsdag Serie


Angelica keek op van de borden die zijn met een natte, gare theedoek aan het afnemen was. Zij tuurde door het raampje naar buiten en zag hoe de ochtendzon op de plassen danste. Alles leek zo vredig nu, heel anders dan de afgelopen nacht, toen de regen van de voorjaarsstorm hard tegen de ijzeren golfplaten van haar krot had geslagen. De storm was zo te keer gegaan dat het haar had doen afvragen of het haar geliefde huis aan flarden zou scheuren. Vreemd genoeg glimlachte zij bij de gedachte. Zoveel stelde haar huis misschien niet voor, maar het en alles erin waren haar ontzettend dierbaar.


Dit besef deed Angelicas gedachten teruggaan in de tijd, naar de dag waarop zij hier was komen wonen. Toen was het huis nog van Augusto, of ‘de Wrede’ zoals hij door vriend en vijand werd genoemd. Die naam had haar toenmalige vriend en werkgever te danken aan zijn manier van afrekenen met iedereen die in zijn weg durfde te staan. Dat was ook onvermijdelijk gezien Augustos werk als buurtpooier en het feit dat hij bekend stond als een man die een vechtpartij niet schuwde.


Hoe het dan gebeurde dat Angelica juist bij een man als Augusto terecht was gekomen, verbaasde haar nog. Tegelijkertijd had het niet anders kunnen verlopen. Op zestienjarige leeftijd had zij het arme plattelandsdorpje van haar jeugd verruild voor de lonkende wereldstad Rio de Janeiro. Zij droomde toen van een bestaan als zangeres in een van de vele fijne restaurants in het centrum, maar die droom viel al gauw in duigen. Met hongerkrampen in haar maag en geen cent op zak, raakte zij binnen een week aan het bedelen op de straten voor diezelfde restaurants. Het was daar dat Augusto haar had gevonden. En geen moment te vroeg, want het had niet veel gescheeld of zij was daar op straat gestorven.


Dat was zo’n veertig jaar geleden, maar Angelica herinnerde zich het allemaal als de dag van gisteren. Hoe kon het ook anders? Vanaf de dag dat zij bij Augusto introk, veranderde haar leven in een hel. Zij was nog niet hersteld van de uitputting of Augusto stuurde haar de straat op om, net als al zijn andere ‘vrouwen’, haar lijf te verkopen. Het was niet alleen onterend werk, het was nog gevaarlijk ook. De keren dat Angelica met de dood was bedreigd of dat zij in elkaar geslagen op een ranzig hotelkamertje achter was gelaten, waren niet te tellen. Om maar niet te spreken van de mishandelingen tijdens perverse spelletjes van gestoorde en vaak rijke vooraanstaande klanten én van de verkrachtingen, onder andere door Augusto. Van dat alles droeg zij nu de lichamelijke, emotionele en geestelijke littekens alsook de minachting die de andere favela-bewoners voor haar hadden. Hypocriet vond Angelica dat, want zij wist dat iedereen iets op zijn kerfstok had, of hij nou in de favela woonde of in een rijke buitenwijk.


Nu Angelica terugkeek op haar leven, besefte zij hoe eenzaam zij altijd was geweest. Zij wendde haar blik weer op de borden die zij bijna allemaal schoon had gemaakt. De enigen die zij kon vertrouwen, wist zij, waren de kinderen uit de buurt. Angelica glimlachte toen zij aan hen dacht. Elk moment nu zouden de kinderen bij haar komen zoals zij dat iedere zondagochtend na de kerkdienst deden.


Angelicas buren, die zich toch een beetje om haar bekommerden, waarschuwden haar ervoor dat zij zich niet door de kinderen en hun ouders liet misbruiken. Maar, Angelica wist beter. Met de klusjes die zij uitvoerde voor de hotels dichtbij het centrum, schraapte zij net genoeg geld bij elkaar om van te leven. Zij had niets te klagen. Augusto leefde niet meer, en hoe gek het misschien ook leek, miste zij hem nog steeds. Want ondanks zijn hardhandigheid en de woede die hij regelmatig op haar had botgevierd, had Augusto haar iets gegeven wat niemand anders van hem genoot; zijn liefde. Die liefde had zij beantwoord en nu hij dood was, gaf zij al haar liefde aan de buurtkinderen.


Die liefde zat in een warme maaltijd, in haar verhaaltjes, in haar troost en in talloze andere schijnbaar kleine dingen. Nu Angelica eraan dacht, voelde zij haar borst zwellen van warmte. Haar hart bonkte erop los en tot haar ongenoegen vulden haar ogen zich met tranen. In een poging deze tegen te houden, forceerde zij een magere glimlach. De kinderen konden immers elk moment komen. Opeens werd er aan de deur geklopt. Angelica hield het niet meer. Zij huilde en handelde tegelijk. Met de theedoek depte zij gauw de tranen van haar gezicht. Net op tijd om met een vrolijke lach de eerste kinderen te begroeten. “Hola...!” riep zij opgewekt en in hetzelfde moment stroomden de gelukkige herinneringen aan haar eigen kindertijd aan haar innerlijk oog voorbij. Voor de kinderen was Angelica de engel van de favela. Op haar beurt wist Angelica dat de kinderen alles voor haar betekenden. Toen zij zich dit realiseerde, zei zij een kort gebed in zichzelf omdat zij zich de gelukkigste vrouw van de wereld voelde.


Sérgio Mendes Reza (Gebed)



Afbeeldingen:

‘Botanic Garden And Corcovado’ van Ju Araujo op Freeimages.com


Wil je ook op de hoogte blijven? Abonneer je op de Tekstschrijver nodig Blog!

Wil je meer weten over mijn diensten? Kijk dan verder op mijn tekstschrijver website of op mijn andere twee websites:


Wim Beunderman Concepting Branding Storytelling

For Love Only Publishing




Gearchiveerd in de categorieën: persoonlijke groei, liefde, verhalen

Voorzien van de labels: tekstschrijver, hart, liefde, website

Deel deze blog

Geef je reactie op deze blog

Abonneer op mijn blog
Categorieën