Allen voor Een

Geschreven door Wim Beunderman, geplaatst op maandag 15 oktober 2018


Nadab Lookout by pen ash


Met een sombere blik op zijn gezicht, keek de jonge Aboriginal jager, Manimanuk uit over de vlakten vanaf de rotsformatie waarop hij stond. Eerder die ochtend waren er boze woorden gevallen in het kamp van zijn volk. Voor Manimanuk leek het alsof er twee kampen waren. Eén, die geleid werd door een van de ouderen, was vastberaden om te vertrekken naar betere jachtvelden voor het droge seizoen kwam. Het andere kamp vond het beter om te wachten tot één van de moeders volledig hersteld was nadat zij haar been had gebroken terwijl zij naar yams, een soort knollen, zocht.


De discussie was zo verhit geraakt dat Manimanuk, wiens naam ekstergans betekent, ervan schrok. Uiteraard had hij zelf ook wel eens boosheid ervaren, zelfs woede, maar alleen wanneer hij vond dat er sprake was van onrecht. De manier waarop zijn volk, zijn familie en vrienden zich naar elkaar hadden gedragen, was ongehoord. Aan de andere kant begreep hij waar de boosheid vandaan kwam. Zoals altijd had het een diepere betekenis, en in dit gevel was het de angst voor tekort die de mensen aanspoorde om zo hard tegen elkaar tekeer te gaan.


Toch voelde het vreemd voor Manimanuk, want van wat hij van de ouderen had gehoord in hun verhalen, had al generaties lang niemand in zijn stam honger geleden. Net toen dit tot hem doordrong, werd hij uit zijn gedachten geschud door het geluid van het gegak van ganzen die boven hem vlogen. Hij keek omhoog om de prachtige zwart-witte ganzen die in hun kenmerkende V-formatie vlogen te bewonderen. Hij hield ervan om de verschillende soorten dieren en hun gedrag te observeren, waardoor hij belangrijke overlevingslessen leerde. De manier waarop de ganzen om de beurt de leiding namen bij het vliegen, vulde hem met ontzag.


Magpie Geese


Plotseling riep een vrouwenstem naar hem, zijn naam noemend. Hij draaide zich om in de verwachting een van de vrouwen uit zijn stam te zien, maar was verbaasd toen hij niemand zag. Toen riep de stem weer:

“Cooee!” wat ‘kom hier betekende’.

Manimanuk keek omlaag naar waar de stem vandaan kwam om drie eksterganzen door het ondiepe water van het overstroomde grasland te zien waden.

“Ik zie dat je ons gevonden hebt, Manimanuk,” scheen een van de ganzen tegen hem te zeggen.

Manimanuk wreef uit ongeloof in zijn ogen. Had hij echt een gans tegen hem horen spreken en zijn naam horen gebruiken?

“Ja, dat heb je goed gehoord,” zei de gans alsof zij wist wat Manimanuk dacht.

“Ik was het die zonet tegen je sprak. Kom je bij ons beneden?”

“Wie, ik?” reageerde Manimanuk, nog steeds verbaasd over het feit dat een gans hem uitnodigde voor een gesprek.

“Ja, jij.”


Op de een of andere manier voelde Manimanuk aan dat hiervoor een reden was. Daarom wachtte hij niet langer en vond zijn weg over de rotsen naar waar de ganzen stonden.

“Goedemorgen,” sprak hij toen hij aankwam. “Je kent mijn naam. Wat is die van jou?” vroeg hij nieuwsgierig.

De gans glimlachte liefdevol naar hem.

“Mijn naam is Jedda, wat vrouwelijkheid en kracht betekent.”

De manier waarop Jedda tegen Manimanuk sprak, vulde hem met een gevoel van weemoed. Zijn hart begon te jeuken zoals hij alleen had meegemaakt toen hij nog heel jong was.

“Ik weet dat je het voelt, Manimanuk.”

Terwijl hij Jedda hoorde praten, werd Manimanuk ervan bewust dat iets aan deze gans hem bekend voorkwam.

“Ik ben je moeder,” legde Jedda uit.


Deze informatie verwarde Manimanuk. Eerst was er de onrust in het kamp, toen een sprekende gans en nu beweerde deze gans dat zij zijn moeder was. Het ging hem iets te ver. Jedda begreep het. Zij voelde aan wat hij voelde en wenkte naar de andere twee ganzen om dichterbij te komen.

“Dat is zij, hoor,” sprak een van hen, terwijl de andere, een ganzerik, knikte alsof hij wou benadrukken wat zijn vrouwelijke soortgenoten zeiden.

Manimanuk keek naar de andere twee ganzen en voelde zich iets gerustgesteld. Hij had de verhalen gehoord over de ziel van overledenen die als dieren terugkeerde naar de fysieke wereld. Nu was hij bereid om te geloven dat Jedda zijn gereïncarneerde moeder was.


Magpie Goose by Pat Josse


“Moeder,” begon hij te spreken terwijl tranen van liefde in zijn ogen opwelden. “Ik heb je gemist. Waarom ging je bij me weg?”

“Mijn zoon, het spijt me dat ik je zo’n pijn heb gedaan. Ik wou niet gaan, maar ik was te zwak om door te gaan nadat ik je jongste broer ter wereld had gebracht.”

“Ik begrijp het,” sprak Manimanuk, zijn neus afvegend.

Terwijl hij sprak, waggelde Jedda naar hem toe en legde teder de tip van haar vleugel op zijn onderrug, om hem te troosten. Manimanuk deed hetzelfde, hield toen haar hoofd in zijn andere hand en kuste haar liefelijk.


“Ik ben blij dat je bent teruggekeerd,” zei hij, zijn tanden ontblotend met een grote grijns.

“Dat ben ik ook, mijn zoon. Laat mij nu van de gelegenheid gebruikmaken om je iets heel belangrijks te vertellen.”

Manimanuk luisterde aandachtig, hongerig om iets te leren.

“Het viel je zeker op dat de andere ganzen wegvlogen, of niet?”

“Ja, inderdaad,” zei Manimanuk en knikte. “Het voelde alsof ze jullie in de steek lieten.”

Jedda glimlachte.
“Dat kan ik me voorstellen, maar dat is niet wat ze deden. Wij ganzen geloven in de kracht van samenwerking. Alles wat we doen, doen we samen en in het belang van het individu.”

Dit laatste deed Manimanuk fronzen. Hem was altijd precies het tegenovergestelde geleerd. Je moest dingen doen waarvan het geheel zou profiteren.

“In zekere zin heb je gelijk,” vertelde Jedda verder terwijl zij zijn gedachten las. “Beide principes zijn even belangrijk en de individu hoort voor het gezamenlijk belang te werken, dat is waar. Maar, wat is het gezamenlijk belang waard als de individu er niet van profiteert?”


Dat was een goede vraag, vond Manimanuk terwijl hij wat Jedda net had gezegd overdacht.

Ik heb er nog een voor je,” zei Jedda. “Wat was de reden dat wij achterbleven?”

Manimanuk grijnsde. Die had hij niet aan zien komen. Voor hij antwoord gaf, keek hij beter naar de andere twee ganzen en viel het hem op dat de vleugel van de ganzerik iets hing.

“Oh, ik snap het,” antwoordde hij, “jullie vriend is gewond, en jullie twee zijn gebleven om voor hem te zorgen tot hij herstelt.”

“Precies, zoon. Je leert snel. Ons principe is: Allen voor Eén. Wij passen het toe op elk aspect van ons leven, of we nou op de grond zijn of in de lucht.”

Het woord ‘lucht’ trok Manimanuk zijn aandacht.

“Dat is waarom we in V-formatie vliegen en om de beurt de leiding nemen. Het stelt ons in staat om energie te besparen. Ook vliegen we iets hoger dan de gans voor ons, zodat we nog steeds vooruit kunnen kijken en kunnen richten op onze bestemming.”

“Jullie zijn heel flexibel. Volgens mij kunnen wij wel wat van jullie leren.”

Jedda lachte.

“Ja, dat geloof ik ook. Waarschijnlijk is het belangrijkste wat jullie kunnen leren dat ieder van ons iets bijzonders heeft. Door deze bijzondere gave verder te ontwikkelen, dragen we bij aan ons individuele welzijn en daardoor aan het welzijn van het geheel.”


Manimanuk nam de tijd om na te denken over wat hij net had geleerd. Hij begon de samenhang te zien tussen het wederzijdse verzorgen door de ganzen en de situatie waarin hij en zijn stam zich bevonden. Misschien, als hij zijn volk zou vertellen over de ganzen hun principe van ‘Allen voor Eén’, zouden zij het eens worden over een plan waar iedereen van zou profiteren. Een warm gevoel nam bezit van zijn hart en deed zijn ogen opnieuw tranen.


“Dank je wel, moeder, dat je me helpt ook al ben je hier niet als mens.”

“Graag gedaan, lieve Manimanuk,” antwoordde Jedda met een stem vol liefde. “Nu weet je wat je moet doen, hè?”

“Ja, inderdaad,” stemde Manimanuk in met een gevoel van vastberadenheid.

“Er is nog één ding, Manimanuk. Ik wil dat je begrijpt dat, in zekere zin, wij allemaal leiders zijn. Wij leiden altijd ons eigen leven om onze individuele bestemming te bereiken. Maar, zo nu en dan leiden we om de beurt de groep om onze gezamenlijke bestemming te bereiken.

“Ik begrijp het, moeder,” glimlachte Manimanuk. “Nu is het tijd voor mij om mijn volk te leiden.”

“Ja, dat klopt, en ik heb het vertrouwen in jou dat jij het goed zal doen. Ook al ben ik hier alleen tijdens het regenseizoen, ben ik altijd in jouw hart.”

“Dat weet ik. Ik voel het,” sprak Manimanuk terwijl hij zijn hand op zijn hart plaatste. “En ik zal altijd in dat van jou zijn.”

Toen ging hij op zijn hurken zitten en omhelsde zijn moeder. De andere ganzen keken vreugdevol toe hoe moeder en zoon elkaar een poos vasthielden. Toen ging Manimanuk rechtop staan en liep terug in de richting van het kamp, maar één keer stoppend om zijn moeder en de andere ganzen vaarwel te zwaaien.


Midnight Oil One Country


Afbeeldingen:

‘Nadab Lookout’ van pen-ash op Pixabay

‘Magpie Goose’ van Pat Josse op Pixabay


Wil je ook op de hoogte blijven? Abonneer je op de Tekstschrijver nodig Blog!

Wil je meer weten over mijn diensten? Kijk dan verder op mijn tekstschrijver website of op mijn andere twee websites:


Wim Beunderman Concepting Branding Storytelling

For Love Only Publishing




Gearchiveerd in de categorieën: levensbeschouwing, transformatie, persoonlijke groei, maatschappij, hart, bewustzijn, liefde, verhalen, natuur, storytelling

Voorzien van de labels: tekstschrijver, hart, samenwerken, ziel, liefde, aboriginal

Deel deze blog

Geef je reactie op deze blog

Abonneer op mijn blog
Categorieën